Schrijfster van twee romans. Ploeterend aan een derde boek. Koestert kinderwens. Wil vrijuit schrijven en dat gaat beter onder een pseudoniem.
zondag 30 januari 2011
Familiefde
Ik zie mijn broer niet meer. Voor iedereen is het beter dat wij elkaar niet meer treffen. Zet ons tien minuten in een ruimte en het is raak. Oude koeien, verwijten, onderhuidse steken en verraderlijke verwachtingen slingeren door de ruimte. Wat overblijft is de spanning. Pure angst. Van hem is het de paniek om niet gezien te worden. De vrees het verkeerd te doen. Ik verafschuw zijn onzekerheid. Voel de pijn van verloren persoonlijke vrijheid in het bijzijn van mijn broer. Ik mag er niet zijn. Hij duldde mij tot aan mijn puberjaren. Daarna was er de venijnige haat. De afgunst en het wantrouwen.
De familie werd kleiner. We doen het met hen die overbleven. En wij zijn wel wat gewend. De fratsen, de ruzies, de scenes en het geschreeuw. De angst om niet gezien en gehoord te worden, verdoofde ons lange tijd.
Op het moment dat een gezellig samenzijn dan wordt verstoord door een lachende derde, mijn bloedeigen familielid wordt uitgescholden in mijn veilige huis en de bozerik vervolgens het familiediner verlaat, halen we onze schouders op.
'Laat hem maar even', zei ik.
'Hij komt zo wel terug', meende mijn vader.
'Mag ik de ketchup?', vroeg mijn broertje.
Familefde. Ik herinner me situaties waarin ik de boel verstierde en toch niet verstoten werd.
We knikten toen hij weer terugkwam, vroegen niets en boden hem een broodje aan.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten