zondag 30 januari 2011

Familiefde



Ik zie mijn broer niet meer. Voor iedereen is het beter dat wij elkaar niet meer treffen. Zet ons tien minuten in een ruimte en het is raak. Oude koeien, verwijten, onderhuidse steken en verraderlijke verwachtingen slingeren door de ruimte. Wat overblijft is de spanning. Pure angst. Van hem is het de paniek om niet gezien te worden. De vrees het verkeerd te doen. Ik verafschuw zijn onzekerheid. Voel de pijn van verloren persoonlijke vrijheid in het bijzijn van mijn broer. Ik mag er niet zijn. Hij duldde mij tot aan mijn puberjaren. Daarna was er de venijnige haat. De afgunst en het wantrouwen.

De familie werd kleiner. We doen het met hen die overbleven. En wij zijn wel wat gewend. De fratsen, de ruzies, de scenes en het geschreeuw. De angst om niet gezien en gehoord te worden, verdoofde ons lange tijd.
Op het moment dat een gezellig samenzijn dan wordt verstoord door een lachende derde, mijn bloedeigen familielid wordt uitgescholden in mijn veilige huis en de bozerik vervolgens het familiediner verlaat, halen we onze schouders op.
'Laat hem maar even', zei ik.
'Hij komt zo wel terug', meende mijn vader.
'Mag ik de ketchup?', vroeg mijn broertje.

Familefde. Ik herinner me situaties waarin ik de boel verstierde en toch niet verstoten werd.
We knikten toen hij weer terugkwam, vroegen niets en boden hem een broodje aan.

woensdag 26 januari 2011

Onbewuste leefregels


In een bijzonder gesprek, kwam ik binnen drie kwartier tot een fantastisch zelfinzicht.


Ik wil graag zwanger worden. Ik focus me erop en dat ik 'ontspannen' moet zijn, heb ik nu echt vaak genoeg gehoord. Ik blijf op zoek gaan naar informatie over onvruchtbaarheid, werk mijn checklist af (zou ik verstopte eierstokken hebben, is mijn lief's zaad aangetast doordat hij vroeger de bof had, heb ik een verwaarloosde SOA die in de afgelopen acht jaar niet naar voren is gekomen). Ik check, streep af, zit in de stress en ben ongelukkig.

Het is mijn onbewuste leefregel die me in de weg zit. Mijn leefregel die ik jaren hanteerde en waar ik mijn geluk mee afdwong. De regel die ervoor zorgde dat ik de universiteit glansrijk afrondde, snel een baan vond in de sector waar ik wilde werken en uiteindelijk twee uitgevers vond die mijn boeken wilden uitbrengen.

'Als je maar hard genoeg werkt, krijg je alles wat je wilt'.

Vaak wel. Maar dat een zwangerschap zich niet laat dwingen, is mij nu duidelijk.
Eindelijk kan ik het.
Ik laat los en heb twee handen vrij.

zondag 16 januari 2011

Een vruchtbaar gesprek



Vriendin ligt in scheiding. Na twee jaar is de liefde voorbij. 'Het is het net niet'.
Vriendin heeft twee kleine bloedjes van kinderen. Maar die merken er niet zoveel van hoor, van zo'n scheiding.
Ze was ook zo snel zwanger, die vriendin van mij. Heel irritant. Zo vruchtbaar. Het maakte niet uit wanneer ze seks had. Als ze ongesteld was, of net niet. Ze kon bij wijze van spreke op een warme stoel gaan zitten en een uur later had ze weer een kind in haar armen.
Nu is ze wederom in verwachting van een derde. Dat komt even niet uit zeg, zo midden in een scheiding.
Oops.

'En nu hou je op', zei ik ineens. 'Ik vind het irritant hoe je doet'.
Ze schrok en voelde zich schuldig.
Mooi zo.
Uiteindelijk werd het toch nog een vruchtbaar gesprek.

zaterdag 15 januari 2011

Zuurpruim



'Dat lijkt me inderdaad heel moeilijk', zegt Vriendin terwijl ze een tomaat doormidden snijdt. Ze manoeuvreert zich soepel met haar hoogzwangere buik door de nieuwe keuken. Haar peuter staat op een krukje voor het aanrecht en slaat met een klein lepeltje een champignon aan gort.
'Het is ook zuur om elke maand weer ongesteld te worden', zeg ik. 'Maar ik wil niet zo'n zuur, verbitterd wijf worden'.
Vriendin zegt dat we op een gegeven moment een keuze moeten maken. Als we nooit kinderen krijgen, moeten we dat accepteren en eventueel op een andere manier kinderen in ons leven verzamelen.
Ik gruwel bij de gedachte aan adoptie, maar knik dapper.
Vriendin vertelt over een verzuurde kennis.
'We liepen met onze kinderen door het park, ik natuurlijk met mijn zwangere buik... Ze negeerde de kinderen en mijn buik compleet'.

Ik houd me vast aan de vrouw aan het park. Zo'n zuurpruim wil ik nooit worden.

vrijdag 14 januari 2011

We wilden te graag

Ruim een jaar terug waren we er aan toe. We wilden een kindje. Een baby. Zo'n klein levend wezentje dat naar je kraait als hij je ziet. Zo'n warm, zacht lichaampje dat tegen je aankruipt. Zo'n kindje dat haar armpjes om je heen slaat en zegt: 'Mama, ik vind jou zo lief!'
Dat wilden we.
Elke maand bleek dat we 'nog even' geduld moesten hebben. Misschien wilden we wel te graag.